Rapport van kapitein P. Slierendregt

Gezagvoerder van het Nederlandsch stoomschip Leerdam, bestemd van New York naar Amsterdam,
en met verlies van roer te Rotterdam aangekomen.

Wij vertrokken Woensdag den 20sten Februari van New York met een 25-tal passagiers en stoomden met gunstige gelegenheid tot Zaterdag den 23sten Februari. Dien avond, omstreeks 10 uur, op 42gr 8 N.BR EN 56gr 20 W.L., kreeg het schip opeens aan stuurboordzijde achteruit, ongeveer ter plaatse van den salon, een zoodanigen stoot, dat er verscheidene patrijspoortglazen en salonlampen afbraken en vele glazen uit de slingerrekken sprongen, een paneel van de salonbeschieting werd tot op eenigen afstand weggeslingerd en meer andere schade aangericht. Op het oogenblik dat de stoot plaats greep bevond ik mij in den salon met den 1sten stuurman en den dokter; wij vlogen tegelijkertijd op en naar boven, niets anders denkende dan dat wij waren aangevaren; op het dek gekomen konden wij evenwel niets van eenig ander schip of vaartuig bespeuren en bleek de wachthebbende officier den stoot niet te hebben gevoeld.
Verder onderzoek doende had men alleen in de machinekamer de machine plotseling sterk voelen doorslaan, iets wat wij ook in den salon hadden ervaren. Intusschen werd niets bijzonders waargenomen, de gepeilde pompen gaven geen verschil van water aan, en de machine bleef het zelfde aantal slagen maken als gewoonlijk; er was voorzover dien avond niets waar te nemen. Ook den volgenden dag was buitenboords niets ongewoon te bespeuren, zoodat er geen aanleiding bestond ons verder bezorgd te maken, en werd de reis daarom met de gewone 11 a 12 mijls vaart voortgezet.

Die vaart werd geregeld behouden tot maandag den 25sten Februari, des morgens te 8 uur, toen het schip op eenmaal niet meer naar het roer luisterde; wij onderzochten de stuurrepen, doch bevonden deze allen in goede orde; daarop buitenboords naar het roer ziende ontdekten wij dat dit bij de bovenste vingerling en de roersteven van onder waren afgebroken, doch dat de roersteven nog van boven aan het schip vast zat, ook bleek dat er eenige stukken van de schroefbladen afwaren. Wij bevonden ons toen op 43gr. 30 N.Br., 48gr 48 W.L.; het woei een frissche Z.W. koelte. Ik liet de machine stoppen en met de veilen manuvreeren om het schip zooveel mogelijk op koers te houden in afwachting van het gereedkomen van een noodroer, waartoe wij de noodige planken, bouten, enz bijeenbrachten. Wij probeerden onderwijl te sturen door middel van het drijfanker; het voldeed wel doch zeer weinig; wind en zee voerden ons intusschen om de Z.O., een koers welke mij in zooverre goed beviel, dat ik rekende daarmede althans zeker te zijn de massa's ijs te ontloopen welke in den laatsten tijd waren gerapporteerd; dat ik mij bitter voelde teleurgesteld toen denzelfden dag drijfijs werd ontdekt, behoef ik wel niet te zeggen. Spoedig zagen wij ons door het ijs geheel en al omringd en ging ons drijfanker met al wat daaraan bevestigd was verloren; wij trachtten daarna te sturen tuiketting en kettingrepen doch ook de ketting brak; en dus nu een noodroer te maken dat tegen zulke zwaren ijsschotsen bestand was, was onmogelijk.[1][2]
Dinsdag' morgens met den dag liet ik zware ketting scheeren door de sluiting boven de schag welke aan het roer zat, waarop zware gijnen bevestigd waren welke naar de lier leidden; dit ging aanvankelijk goed, wij zagen open water en stuurden daarop aan, doch de ketting brak;
Ik liet een zwaarderen ketting inscheeren en toen weder zacht aan vooruitstoomen, doch na 2 uren gestoomd te hebben brak de roersteven en verdween in de diepte met al wat daaraan bevestigd was.
De avonds werd het dik van mist, wind Z.W. zee kalm; propeerden toen met bochten van een tros met een eind spier er tusschen bevestigd en kettingen er aan verbonden te sturen, doch te vergeefs; we bevonden ons toen in open water en namen het toestel in, om er verbeteringen aan te brengen, probeerden ten tweeden malen, doch weder vergeefs, intusschen dreven we weder geheel en al in het ijs en waren genoodzaakt dit toestel weg te kappen en manuvreerden verder met de zeilen.
  • Volgende pagina