Als dank voor zijn inzet - en uit bewondering voor zijn strijdlust en standvastigheid - kreeg Ris van zijn socialistische broeders een petroleumkar.
[Domela Nieuwenhuis Museum, Heerenveen]
Praalgraf van Klaas Ris



Slechts een enkele keer deed Ris zelf er het zwijgen toe, zoals bijvoorbeeld op 8 september 1872, toen Karl Marx in zaal Dalrust zijn eerste en enig espreekbeurt in Amsterdam hield. De belangstelling van het publiek viel in vergelijking met de vergaderingen waar Ris het woord voerde, ernstig tegen. Ris' populariteit berustte vooral op de amusementswaarde van zijn optreden. Diepzinnige ideologische vertogen of scherpe politieke analyses hoefde het publiek van hem niet te verwachten, maar op ferme staaltjes van bravoure en brutale grappen ten koste van "Burgemeester en Wetsverdraaijers" konden de aanwezigen steevast rekenen.
Alleen politiespion J.A. Hazenberg vond het maar een zootje: "Er werden allerlei flauwe aardigheden gedebiteerd, geheel afwijkende van de te behandelen zaak", rapporteerde hij op 13 oktober 1872. Dat Ris een uitstekend talent voor politiek spektakel had, bewees hij nog eens in de protestbeweging naar aanleiding van het Kermisoproer. Hij aarzelde toen niet om een aantal gewonden met verband en al aan het publiek te tonen en zelfs niet om de weduwe Pogge, wier man door een verdwaalde kogel dodelijk was getroffen, met haar vier kinderen het toneel op te slepen.
Daarbij vergeleken was Ris' aanvaring met Willem III in het koninklijk paleis op de Dam eigenlijk nog een ingetogen vertoning geweest. Het ontstaan van de Sociaal-Democratische Bond rond 1880 was in Amsterdam mede te danken aan het publieke rumoer dat Klaas Ris had veroorzaakt. Als veteraan en nestor trad de oude Ris tot deze nieuwe beweging toe, maar al snel zouden nieuwe, jongere krachten zijn plaats in de voorste rijen innemen. Ris kreeg een nieuwe rol als eerbiedwaardig vertegenwoordiger van het oude geslacht. Toen hij vanwege zijn geruchtmakende optreden na het Kermisoproer na 26 jaar ontslagen werd als knecht op de houtzaagmolen van Van Gelder, timmerden zijn kameraden voor hem een karretje en kochten een trechter en een voorraad petroleum, zodat hij als petroleumventer in de Jordaan een nieuw bestaan kon beginnen.
Toen het trekken hem te zwaar werd, kreeg Ris van zijn vrienden bovendien een mak ezelinnetje. Vanuit zijn nieuwe woning Anjeliersgracht 236 (nu 496) zou Ris zijn petroleumkar nog vele jaren van deur tot deur trekken. Een jongere partijgenoot uit de Hazenstraat herinnerde zich: "Hij was een gekke kerel, die door geen tegenslag terneergeslagen kon worden en wanneer hij een vrolijke bui had barcht hij, tot ontsteltenis van mijn moeder, zijn ezeltje bij ons in de huiskamer". Toen Klaas Ris uiteindelijk op 79-jarige leeftijd in februari 1902 overleed, zamelden de Amsterdamse socialisten genoeg geld bijeen voor een monumentaal graf op de Nieuwe Oosterbegraafplaats.
De enorme steen was voorzien van een uit steen gehouwen portret van de karakteristieke dwarsliggerskop van Klaas Ris, een welverdiende lauwerkrans en de - vergeefs gebleken - bede "Zijn geest leve voort".


Om het graf en de gedenksteen van Klaas Ris, pionier van het socialisme, voor het nageslacht te bewaren, werd het graf op de Nieuwe Oosterbegraafplaats in 1950 door de Partij van de Arbeid aangekocht, waarna de inmiddels verwijderde gedenksteen werd gerestaureerd en teruggeplaatst.

1
2
3
4


Terug naar startpagina