De PvdA betaalt nog steeds zijn grafrechten, maar bijna niemand weet meer wie hij was.

Ten onrechte !

Klaas Ris (1821 - 1902) was al socialist toen het socialisme nog geen socialisme heette.
Anders dan latere leiders van de arbeidersbeweging (ex-dominee Domela Nieuwenhuis, advocaat Troelstra, houthandelaar Wibaut) wist Ris bovendien uit eigen ervaring wat sappelen voor de kost betekende.
En in tegenstelling tot Ad Melkert kon je erg met hem lachen.

De Strijd van Klaas Ris ( 1821 - 1902 )

In april 1877 was Willem III, zoals ieder voorjaar en najaar, naar Amsterdam gekomen om het volk in de gelegenheid te stellen hun vorst met eigen ogen te aanschouwen. Bij deze 'volksaudiëntie' in het paleis op de Dam kon iedereen in de rij aansluiten om de koning een hand te geven en misschien zelfs een enkel beleefd woord met hem te wisselen. Maar dit jaar ging er iets mis: in de lange stoet gedweeë onderdanen hadden zich drie opstandige geesten gevoegd. Eén van hen nam de vrijheid de koning persoonlijk toe te spreken. De bedoeling was de koning te confronteren met de 'klachten en grieven' van de Amsterdamse werklieden, maar ver kwam deze Klaas Ris, Amsterdams petroleumventer en onruststoker, niet. De koning ontstak in een van zijn beruchte aanvallen van razernij en wees de euvelmoedigen de deur.
De directe aanleiding voor Ris' poging om de koning op zijn verantwoordelijkheden als 'vader' van zijn volk aan te spreken was het zogeheten Kermisoproer dat zich een halfjaar eerder, in september 1876, in de straten van Amsterdam had afgespeeld.
Het gemeentebestuur had de afschaffing van de kermis weliswaar lang tevoren aangekondigd, maar toen de populaire vertier dat jaar werkelijk niet doorging, leidde dat tot een uitbarsting van volkswoede. Een dagenlange opstand was het gevolg en politie, cavalerie en infanterie moesten eraan te pas komen om er hardhandig een eind aan te maken.
Dat burgemeester en wethouders het verbod op de kermis (met alle dronkemanstaferelen die daarbij hoorden) met de beste bedoelingen hadden afgekondigd, kon de Amsterdammers niet overtuigen. Zoals een anoniem schotschrift in die dagen verkondigde: 'Godverdomme Kermis moet er wezen, Kermis moet er zijn. Anders slaan wij bij den Burgemeester de ruiten kort en klijn'.
De stad was gedurende het Kermisoproer van 1876 veranderd in een waar veldslag, waar voortdurend schoten klonken en menigten stenengooiers zich steeds opnieuw verzamelden, hetzij om de gewapende macht te tarten, hetzij om de ruiten van 'rijke stinkerds' aan de Heren- en Keizersgracht in de gracht te gooien. Zo was het oproer een klassiek staaltje van spontaan volksverzet: geen van de bestaande werkliedenorganisaties had er ook maar iets mee te maken gehad.
Anders lag het met de protestcampagne tegen het brute overheidsgeweld, die na het neerslaan van de oproer op gang kwam. Ze werd georganiseerd door een kleine kern van Amsterdammers die in voorgaande jaren deel hadden uitgemaakt van de plaatselijke afdeling van het Internationale Werkliedenverbond, de Amsterdamse tak van van de door Karl Marx vanuit London geleide Eerste Internationale. In AMsterdam had Klaas Ris vanaf 1870 een prominente rol in die organisatie gespeeld en zijn ervaring en karakter maakten hem tot een bij uitstek geschikt aanvoerder van de beweging die in de nasleep van de Kermisoproer probeerde de Amsterdamse burgemeester C.J.A. den Tex, als hoofdverantwoordelijke voor het geweld, van zijn post t elaten ontheffen. Met dat doel voor ogen was Klaas Ris op de koning afgestapt: om te vragen of WIllem III niet kon zorgen dat de 'volksverneuker' Den Tex van zijn hoge post zou worden verwijderd.

1
2
3
4


Terug naar startpagina